1e Pronkzitting 20 november 1976 (vooraankondiging)

Een datum om te onthouden, want het wordt die zaterdag een erg gezellige boel! Na de 'zalen' oude kleuterschool (nu de Schietlust), Wim Weys (garage Jos Hoogsteder) en Aptito (voorheen de jamfabriek BATO), zullen de Wielewoalers voor de eerste keer neerstrijken in de ruime gymzaal van het nieuwe Dorpshuis. Het is al gebleken dat de akoestiek beter zal zijn dan we gewend waren en ook de afmetingen zijn gunstig: niet te smal en te lang, zodat je nooit te ver van het podium komt te zitten en alles beter te zien en te verstaan is. Op het nieuwe podium zullen optreden: de dansgarde de Wiekskes, de 'zangvogels', De Schorre Kelen, het solo-danseresje Annet van Meurs, een bekende gerenommeerde Hofkapel, in de ton: Dorus van ‘t-Brugske (Theo van Meurs) en Nimweegse Sjenèt (Van Heumen). Bovendien twee internationale klap-stukken die een verrassing blijven.

De presentatie is in de vertrouwde handen van president Jan Rikken, geassisteerd door de Raad van Elf en de pages. Tijdens deze pronkzitting zal, zoals de vorige keer al verteld, Z.D.H. Prins Piet de Westfries (Piet Bleeker) zijn scepter neerleggen en samen met zijn charmante hofdames Dinie Selman en Anneke Veenbrink feestelijk afscheid nemen. Ook de wisselbekers van de optocht, die dit jaar gewonnen werden door de Dijkstraat (wagens) en de Stations­straat (groepen) en van Miss Carnaval 1976 worden op ongetwijfeld komische wijze ingeleverd. Na afloop kan op de dansvloer op de zorgvuldig afgedekte gymvloer tot in de 'kleine uurtjes' gedanst worden op de ritmische tonen van het combo Las Palomas. De kaartverkoop is vanaf 6 november bij Wim van Dam en Jan Rikken.

Hoe ging het verder ging op de avond van 20 november 1976!

De grote verrassing.

Evenals de voorgaande jaren hadden 'de klumpkes' weer op een hoek van het podium plaatsgenomen, om als boerenkapel de Buutemars en aanverwante blaasmuziek wat traag, maar ferm dreunend ten gehore te brengen. Die acht man en een flinke djèrn (Helma Janssen) gehuld in boerenkielen, rooie zakdoeken om de nek en bijbehorende klumpkes, waren een oude vertrouwde verschijning op de pronkzittingen van de Wielewoalers en niemand had wat in de gaten. Alleen onze aller Grad (Janssen) had bij voorbaat schik en met zijn pretoogjes loerde hij als 'artiesten­commissie' door het filmgat boven in de feestzaal (gymzaal) van ‘t Dorpshuis: "ze zouwen strak wel is anders opkieken!" En dat deden ze ook! Na de pauze kwam hetzelfde stel als de Grote verrassing van de avond als Tiroler hofkapel achter elkaar spelend de zaal binnen marcheren. Zelfs een paar ouwe rotten uit de Raad van Elf die wel wat gewend waren, konden 't gapen niet laten. Jubelend hun koper bespelend in oogstrelende prachtige wijnrode vesten en kuitbroeken met witte bloezen maakte 'de Waallanders' hun triomfantelijke debuut. Drummer Rein Janssen ging noodgedwongen drumloos, maar jolig en dijenkletsend mee naar voren alsof ie in de grazige alpenwei was beland. President Jan Rikken onthulde nog dat de wederhelften en moeders van de 'Tirolers' de kleding zelf hadden gemaakt en toen brak het geweld los. Na weken lang onvermoeid repeteren, soms in de kleedkamer van de gymzaal onder de bezielende leiding van Heinrich Smits, lieten ze een poepje horen, klasse ganz grosse Klasse zelfs, zoals dat heet in de Heimat.

En ze speelden zo aantrekkelijk dat de zaal er niet genoeg van kon krijgen, want ze overtroffen zichzelf als Ajax met 7-0 voorsprong in een thuiswedstrijd. Grad had er eiges zo'n schik mee, dat hij bijna twee Camels tegelijk in de mond stak, maar dat was geen wonder want ie glunderden tot achter de oren! Toen Jan van Grad zijn bas met één hand tot gelukzaligheid verhief tot ver boven zijn hoofd, toen begon Piet Veldman wat zorgelijk te kijken, want hij vreesde dat 't Dorpshuis nog zou gaan schudden op de heipalen. Op een dergelijke muzikale uitbarsting was bij het opmaken van het bestek niet voorzien. Zo'n zaal met Oosterhoutse carnavallisten in extase was een sensationele belevenis voor hem en zijn medegasten. Martin Spaan, in z'n gloednieuwe 'studio', hoefde op t schakelpaneel alle registers lang niet los te gooien, want al zonder versterking liet onze kersverse hofkapel de klumpkes al bij Euling op de tafel dansen! Jarenlang had Oosterhout hierop gewacht en na stil te hebben gezwegen nou iets geweldigs gekregen. De zaal genoot met volle teugen en Mientje (Janssen) kon het jodelen maar met moeite onderdrukken. Spontaan werd er ingehaakt en ook Toos van de pastorie en 't voltallige dorpshuisbestuur 'schoenkelde' al gauw mee in de golvende zaal vol woelige baren. Dat was nog es andere koek als 't Gloria.

Wat gebeurde er nog meer op die bewuste avond: De weer aangevulde dansgarde 'de Wiekskes' een lust voor het oog met hun vrolijke lompendans en echte paraplu-wiekskes, dankzij Jan Schiltings ijvere molenaarswerk en Wil van Hal's moederlijke zorg voor haar 'meiskes' die nu hun wekelijks oefenen met dankbaar applaus en bis-geroep zagen beloond. Maar Jan de president was op hoog bevel onverbiddelijk want de show moest go-on. De  'Schorrre Kèle' stonden immers te popelen van ongeduld om al de gesmeerde kelen in beweging te mogen zetten. Niet door slechts enige schoonklinkende gezangen en welbekende liederen ten gehore te brengen. Neen, onder de bezielende leiding van Herr Meister Franz von Mors (Frans van Meurs) werd niet minder dan een uitgebreide potpoerie kordaat en vast besloten ten gehore gebracht, instrumentaal begeleid door Harrie van Kempen en fors ritmisch ondersteund per drumstel door Jan Jansen (uit de Spaanstraat) zelf. Het klonk niet alleen bemoedigend, zelfs doorgaans mooi. Dit mannenkoor zal de weg naar de microfoon ongetwijfeld vinden. Maar vraag nu niet waar hun leuke bolhoedjes van vorig jaar zijn gebleven, want die moeten zijn ingeruild bij de huzaren. Annet van Meurs is inmiddels niet alleen bevorderd tot tweede klas, ook haar knappe solo-dansjes had ze vervolmaakt en als een mini-ballerina trad ze op met een gemak of een spagaat net zo gemakkelijk is als touwtje springen. Ze stal daarom, zoals dat heet, menig hart: als jeune première. En toen hajje nog so'n rür weijf die s’n eige sjenet fan Nimwegen nuumde. Sogeseid de suster van Trui de sSert fan de Neije Mèrt, weet je wél met! Wegens haar demontabele boezem werd dat mens hoogstpersoonlijk onderscheiden door de president Jan (van de Leferwurst) in de orde van de Kante Slip. De parodisten Hermans uit Limburg waren sterker dan menig TV-komiek, nadat 'de entertainers' het publiek op carnavaltemperatuur had gebracht. Voordat het klapstuk van de avond Corry Konings, zou verschijnen, bracht de optochtheks uit de Dijkstraat dakpannekoeken voor de Elvenraad en Prins mee van het Hans en Grietje huisje en beroepshalve zeer sexy 'dames' uit de Stationsstraat en dichterlijke Miss Carnaval leverden met de nodige kolder de gewonnen wisselbekers van de optocht in. Het ging allemaal te mooi en te makkelijk voor de artiestencommissie totdat Corry zelf met haar gouden stem te laat verscheen.

Maar geen nood, een ongelukje komt immer zelden alleen, zodat ons aller klapstuk ook nog bandjespech bleek te hebben (cassetteband), alsmede een Begeleider met Babbels, (hij wilde de artiestencommissie de schuld in de schoenen schuiven). Dankzij een plaatselijke bandjesservicebedrijf was dit euvel na een uurtje al snel verholpen en konden de ware Corry Konings-fans met overgave laven aan haar ontroerende en beroemde tophits. Prins Piet de Westfries had intussen de gelegenheid om afscheid te nemen van zijn narrenrijk door met gulle hand zijn fraaie en originele onderscheidingen en bloemen aan de werkende Wielewoalers uit te rijken. Na de finale kwamen de toeschouwers aan de beurt om zich ritmisch op de dansvloer door de 'Paloma's' te laten voortbewegen. Want er was immers bal na! En zo eindigde de toenmalige secretaris van de Wielewoalers Thijs van Woerkom zijn uitvoerige verslag van de pronkzitting uit 1976. Ondergetekende kan zich nog heel veel uit dit verhaal herinneren, ik ben zelf in 1975 bij de Raad van Elf gekomen. Piet de Westfries werd de opvolger van Prins Jan de Huusmus. Prins Piet werd onthuld in de fabriekshal van de Bato, en zijn aftreden vond plaats in het pas geopende Dorpshuis. Drie weken hadden we nodig om deze enorme fabriekshal feestelijk in te richten. Toen de carnavalsvereniging in 1976 gebruik kon maken van de gymzaal in het dorpshuis was het opbouwen en versieren een kwestie van dagen, dit was een geweldige vooruitgang. Ik weet nog goed dat er binnen de Raad van Elf een ijzersterke discipline heerste. Zo mocht je tijdens de pronkzittingen onder geen geval het podium verlaten. De meeste Raad van Elf leden namen een plastic emmertje mee naar boven om daar hun plasje in te plegen. Ook ik werd er op gewezen dat dit de enige manier was om te plassen, alleen had ik de grote pech dat ik vlak naast het prinsenpodium kwam te staan, met daarop de Prins en zijn hofdames. Ik heb nog geprobeerd om mijn plas in het plastic emmertje te doen, maar telkens als ik hem er bijna in had hangen keken die hofdames mijn kant op. U raadt het al, mijn blaas stond op springen en ben toch van het podium afgelopen. Wat daarna gebeurde zal ik maar niet opschrijven, ondanks dit euvel ben ik nog steeds de Raad van Elf trouw gebleven.

Frans Spaan